<Foto: Lid van de Europese Commissie dr. Mansholt terwijl hij Alfred Moser [sic] feliciteert met zijn erelidmaatschap- Ron Kroon for Anefo, CC0, via Wikimedia Commons>
Het gaf nogal wat opschudding in ons land toen Frans Timmermans als Eurocommissaris aftrad om zich in de Nederlandse politiek te storten en onze regering Wopke Hoekstra als zijn opvolger naar voren schoof. Hij mag zich dan voegen in de lange rij van Eurocommissarissen die Nederland in de afgelopen jaren heeft geleverd en waaronder verschillende bekende Nederlandse politici zaten. Zoals ir Henk Vredeling, Neelie Smit, Pierre Lardinois en Frits Bolkenstein. Met bovenaan natuurlijk de in binnen- en buitenland bekende Sicco Mansholt die van 1958 tot 1973 Eurocommissaris was en het Europees landbouwbeleid heeft bedacht en dat ook gerealiseerd heeft. Dat nu weer onderwerp van kritiek is waardoor nog regelmatig de naam van Sicco Manholt valt.
Sicco Mansholt is van dat Europese landbouwbeleid de personificatie. Hij heeft het met overtuiging uitgedragen en doorgevoerd. In een stijl die past bij een socialistische Groninger herenboer. Maar hij deed het niet alleen. Het was een teamprestatie van een kleine groep niet meer dan twintig man uit geheel West-Europa. Daarbij had hij de beschikking over een kundige rechterhand Alfred Moser (1905 – 1979) als kabinetschef.
Sicco Mansholt was in 1945 door ir W. Schermerhorn, kortstondig minister – president en daarna een vooraanstaande PvdA politicus, gevraagd als minister van landbouw, visserij en voedselvoorziening in zijn kabinet. Dat bleef hij in achtereenvolgend zes kabinetten tot 1958 toen hij Eurocommissaris kon worden om een Europese gemeenschappelijk landbouwmarkt te creëren. Willem Drees die toen minister-president was vond het niet zo erg dat Sicco Mansholt vertrok, hij was zeer bekwaam maar ook een eigengereid persoon. Maar Sicco stelde als voorwaarde dat hij alleen naar Brussel vertrok, als Alfred Moser met hem meeging. Die voorwaarde getuigde van zelfkennis.
Deze Alfred Moser was namelijk internationaal secretaris van de PvdA en kende binnen Europa bijna iedere regeringsleider en politicus die er toedeed. Hij werd alom gerespecteerd en hij kon met zijn kennis en ervaring de stugge Sicco Mansholt in Europees verband van dienst zijn. Van landbouw wist hij niets af, dat veranderde uiteraard met de tijd. Maar hij kon politieke deuren voor de nieuwe Eurocommissaris openen en contacten leggen.
Bovendien bleek hij een begaafd schrijver te zijn. Zo schreef hij voor hem bijvoorbeeld een rede die deze zou afleggen voor een internationaal gezelschap van graanhandelaren en die Sicco Mansholt vooraf niet had gezien. Bovendien ontbrak hij door verplichtingen elders en kon Alfred hem uitspreken. Terwijl deze als zijn kabinetschef zich liefst op de achtergrond hield. In een later commentaar van journalisten werd gezegd dat dit de beste rede was waarin Sicco Mansholt scherp en duidelijk zijn visie op het landbouwbeleid had uiteengezet!
Alfred Moser is na ruim veertig jaar volledig vergeten. Daaraan heeft zeker bijgedragen dat hij nooit zijn memoires heeft gepubliceerd. Jammer het was een boeiend en onthullend boek geworden. Maar hij vond dat een man die achter de schermen had gewerkt, belangrijke figuren onder allerlei vaak benarde omstandigheden had meegemaakt, daarover behoorde te zwijgen. Ik ben hem altijd blijven herinneren en wel vooral door dat ene onvergetelijke aforisme – hij heeft er vele bedacht – dat ik vaak heb gedebiteerd: “A camel is a horse drawn by a committee.”
Als ik vroeger in mijn werk werd geconfronteerd met het zoveelste compromis van een werkgroep of een commissie, dat de politiek goed uitkwam maar in de praktijk niet goed uitvoerbaar was (om het voorzichtig te zeggen), dan haalde ik graag dat aforisme aan.
Trouwens dat doe ik nog steeds. Want ik zie vandaag de dag als toeschouwer regelmatig een karavaan kamelen uit Den Haag vertrekken om ons in de woestijn weer nieuwe fata morgana’s voor te kunnen toveren.
Dat aforisme geeft, net als de vele anekdotes die over hem verteld werden, heel goed aan dat Alfred Moser een man was met humor en zelfspot. Wat in deze tijd niet meer zo geapprecieerd wordt. Om een voorbeeld van te geven. Tijdens een marathonzitting van de Euro ministers zaten de journalisten urenlang te wachten tot er eindelijk eens meegedeeld zou worden wat er besloten was. Tijdens die vergadering kwam Alfred even naar buiten en werd belaagd door naar nieuws hunkerden journalisten. Op de vraag of er al wat besloten was, was zijn antwoord: de ministers zijn bezig te krant te lezen, er is niets aan de hand. Waarop een bekende journalist van de Frankfurter Allgemeine Zeitung zei: “Leest dan niemand de Frankfurter Allgemeine?” Waarop Alfred antwoordde: “neen, het is zo al vervelend genoeg.” Kom daar nu maar eens mee weg bij journalisten! Uit eigen ervaring weet ik, dat zij van dit soort humor al geruime tijd niet meer gediend zijn.
Toen hij in 1970 met pensioen ging werd er op grootse wijze afscheid van hem genomen. Hij werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en ontving voorts het Grootkruis van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland. Terwijl de Brusselse ambtenaren hem prezen omdat hij een onorthodoxe collega was.
Een journalist plaagde nu eens terug met een opmerking van een voormalige topambtenaar die ooit gezegd had dat het kenmerk van een kabinetschef was, dat hij dommer moest ogen dan zijn minister. Hoe zat dat nu met Sicco? Er volgde een diplomatiek antwoord. Een andere vraag voor beiden was wat voor invloed ze op elkaar hadden gehad. Daarop antwoordde Sicco Mansholt: “Ik heb van Alfred een boer gemaakt.” Terwijl Alfred zei: ”Ik heb geprobeerd om van Sicco een socialist te maken, maar dat is mislukt!”
Alfred Moser werd in München geboren in een socialistisch gezin. Zijn vader was een Hongaar die als looier in een handschoenenfabriek werkte en zijn Duitse moeder was huisnaaister bij een sportzaak. Zij hadden het erg arm en hij ging als veertienjarige jongen al aan het werk in een textielfabriek. Zo maakte hij in München als jongere de opkomst van Hitler mee. In 1924 vond hij in Kasssel werk in een textielzaak. Maar daar kreeg hij de kans om journalist te worden bij het Kassler Volksblatt, want hij bleek over een vaardige pen te beschikken. Het was een uitgesproken socialistisch dagblad die paste bij zijn opvatting.
In 1928 kreeg hij de kans hoofdredacteur van een kleine krant – ook een sociaal – democratische – in Emden te worden. Terwijl Oost-Friesland en Oldenburg sterk nationaal – socialistisch waren. Hij ging daar tegenin en toen Hitler in Aurich een toespraak hield, maakte hij die belachelijk. Toen in 1933 Hitler aan de macht kwam, pakte de SA hem direct op en zette hem gevangen waarbij hij waarschijnlijk werd mishandeld. Maar hij kwam weer vrij en vluchtte naar Nederland. Ondertussen werd hem de Duitse nationaliteit ontnomen. Hij was namelijk door zijn gedrag een onwaardig Duitser.
Hij kwam dus als stateloze banneling berooid in Nederland aan en ging werken voor een vluchtelingencomité dat door het NVV en de SDAP was opgericht. Hij ontving zo fl. 8 per week een bedrag dat ook werklozen als steun ontvingen. Hij leerde zo veel socialistische kopstukken kennen zoals Koos Vorrink voorzitter van de SDAP. Daarnaast onderhield hij nauwe contacten met Duitse gelijkgestemden en hij organiseerde in 1934 zelfs nog een illegale conferentie met mensen uit Noord – en West – Duitsland op Schiermonnikoog.
Door zijn contacten wist hij wat er in Duitsland speelde en dat werd doorgespeeld aan de Nederlandse regering. Zo was hij op de hoogte dat de Duitsers besloten hadden Nederland binnen te vallen. Toen dat op 10 mei gebeurde en het hem niet lukte om naar Frankrijk te ontsnappen dook hij in Nederland onder.
Tijdens de oorlog was hij bij het verzet betrokken en ontwikkelde hij zich tot een zeer belezen autodidact. Zijn beoordeling van belangrijke personen liet hij afhangen van het al of niet bezitten van een ruim gevulde boekenkast en van wat voor soort boeken daarin stonden. Ik doe - zonder dat ik dit van hem wist – precies hetzelfde en kijk ook altijd stiekem naar wat iemand in de kast heeft staan.
Na de oorlog werd hij vanwege zijn verdiensten voor ons land genaturaliseerd. Aan het Nederlanderschap gaf hij de voorkeur want hij had ook zijn Duitse nationaliteit terug kunnen krijgen. Maar als Nederlander kon hij als Europese gastarbeider, zoals hij zichzelf betitelde, beter zijn ideaal verwezenlijken, namelijk een Verenigd Europa. Als kabinetschef van Sicco Mansholt bleef hij zich ook daar publiekelijk voor inzetten. Wat hem daartoe bewoog zette hij o.a. uiteen in een artikel dat hij in 1967 schreef en dat de titel: “Het streven naar Eenheid” droeg. Eenheid, zo was zijn overtuiging, bood de Europeaan de enige zekerheid om oorlogen binnen ons werelddeel uit te bannen. Die oorlogen hadden onnoemelijk veel menselijk leed veroorzaakt. Om een citaat van hem uit dat artikel weer te geven:
“Wie geeft zich ooit rekenschap van de tragedies van de gewone man in Europa gedurende de laatste vijftig jaar, veroorzaakt door grenswijzigingen, uitdrijvingen, hernationalisaties? Begint men te rekenen met de Balkanoorlogen aan het begin dezer eeuw en volgt men het gehele gebeuren in geheel Europa, dan zijn gedurende deze halve eeuw zeventig miljoen mensen van hun geboortegrond verdreven of “gehernationaliseerd” – enkele miljoenen zelfs meermalen.”
Nieuwe burgeroorlogen moesten, zo vond hij, ten koste van alles in Europa voorkomen worden. Daarvoor moest er naar Europese eenheid gestreefd worden en daarbij moesten ook de Duitsers betrokken worden. Dat nu viel in de eerste naoorlogse jaren niet mee. Het leed wat de Duitsers hadden aangericht was groot en het eiste een bijna bovenmenselijke inspanning om begrijpelijke wraakzucht te onderdrukken. Het Verdrag van Versailles dat na de Eerste Wereldoorlog gesloten werd, had hem echter geleerd, dat een verdrag dat genoegdoening eist en de verliezer vernedert, onherroepelijk revanche oproept.
Om een voorbeeld te noemen hoever sommigen gingen in genoegdoening eisen, geef ik die van mr. G. J. B Hilterman. Hij was van 1952 tot 1965 eigenaar en directeur van de Haagse Post en gaf van 1956 tot 1999 in zijn praatje “De toestand in de wereld” voor de radio op zondagochtend commentaar op de internationale politiek. Of dat commentaar van veel inzicht getuigde, weet ik niet meer, hoewel mijn ouders daar altijd naar luisterden en ik het ook vaak heb moeten aanhoren. Maar hij was ook de man die vlak na de oorlog een boekje “Land en land” schreef waarin hij betoogde dat Nederland als compensatie een deel van Duitsland tot aan de Wezer – een gebied ter grootte van 20.000 km2 - moest annexeren en alle Duitsers daaruit moesten verdrijven!
Hij ging wel erg ver maar er waren genoeg scribenten die toch ook flinke delen van Duitsland wilden opeisen. Die wrok sleet met de jaren, maar Alfred heeft veel moeite moeten doen om de Duitsers zowel in Nederland als elders weer geaccepteerd te krijgen als gesprekpartners inzake Europese aangelegenheden.
Toen hij in 1967 dat verhaal schreef, kon hij nog hoopvol zijn. Europa was op weg naar eenheid en het zo destructief nationalisme leek overwonnen te zijn. Europa zou op wereldniveau tussen de andere grootmachten weer meetellen. Terwijl in de jaren daarna het perspectief daarop alleen maar gunstiger leek te worden. 1989 was het jaar van de val van het communisme. De Oostbloklanden kregen hun vrijheid terug en Rusland begon aan een pijnlijk aanpassingsproces van een strak centraal geleide staatseconomie naar een markteconomie.
Maar het zou anders verlopen en gelukkig heeft Alfred Moser niet meer meegemaakt hoe het nationalisme weer de kop opstak en hoe Europa verscheurd zou worden door nieuwe burgeroorlogen. In 1989 werd in de Sovjet-Unie nog het akkoord van Bialowieza gesloten waarin de grenzen van de voormalige Sovjetrepublieken gerespecteerd zouden worden. Die grenzen waren vaak vrij willekeurig getrokken en ze veroorzaakten na het verdwijnen van het Sovjet juk wederzijdse wrijving die resulteerden in oververhit nationalisme. Het akkoord van Bialowieza kon dat niet verhinderen. Zo barstte er o.a. in 1991 al een oorlog tussen Armenië en Azerbeidzjan uit. Ondertussen namen de onderlinge spanningen in andere voormalige Sovjetrepublieken alleen maar toe met afscheidingsbewegingen en gewapende conflicten.
In datzelfde jaar brak in Joegoslavië een burgeroorlog uit die eindigde met het verdrag van Dayton in 1995 waarbij het land uiteenviel en een permanente bron van onrust werd. Vervolgens brak in 1998 de Kosovo oorlog uit waarin Servië na zwaar gebombardeerd te zijn, zich niet langer verzette tegen een onafhankelijk Kosovo. Deze burgeroorlogen zorgde voor veel menselijk leed en veel vluchtelingen. Maar ze raakten de West – Europese samenleving en economie slechts in geringe mate.
Maar in 2022 brak er een oorlog tussen Rusland en Oekraïne uit, die ook overig Europa trof. Wanneer deze oorlog lang zal duren, dan zal deze Europa uitputten. Er zal sprake zijn van een terugval in welvaart en binnen de Europese gemeenschap zullen spanningen tussen landen en bevolkingsgroepen ontstaan. Mocht er een wapenstilstand of zelfs vrede worden gesloten dan zal die de heftige gevoelens en wederzijdse wraaklust niet wegnemen. Het gevaar bestaat dat daar elk moment de vijandelijkheden hervat kunnen worden.
Neen ons toekomst is uiterst somber. Waren er nu maar mannen van het formaat van Alfred Moser aanwezig om Europa weer een toekomst te bieden!
Leeuwarden 2024